Blog 10.11.2017

Juryleden Ontwerpwedstrijd Stadsentree Deventer

Voor de ontwerpwedstrijd Stadsentree Deventer gaat een jury, bestaande uit vijf personen, alle inzendingen beoordelen. Elk jurylid zal vanuit zijn eigen expertise/achtergrond de ontwerpen beoordelen. We stellen graag de juryleden aan u voor en we hebben gevraagd waar elk jurylid specifiek op gaat letten:

Rob van der Velden voorzitter Beroepsvereniging van Nederlandse Stedebouwkundigen en Planologen – directeur Atelier Dutch
Als voorzitter van de Beroepsvereniging van Nederlandse Stedebouwkundigen en Planologen (BNSP) houd ik mij dagelijks bezig met de ruimtelijke inrichting van ons land. En als het gaat om de ruimtelijke inrichting van Nederland, is veiligheid daarbij van een steeds groter belang. De ‘veiligheid van de fysieke omgeving’ is een breed begrip. Het gaat dan over meer dan alleen ‘externe veiligheid’, en hoe het risico omlaag kan dat personen lopen in een gebied waar gevaarlijke stoffen worden vervoerd of opgeslagen. Het gaat bijvoorbeeld ook over sociale veiligheid, waterveiligheid en klimaatbestendigheid.

Door in het ontwerp en de uitvoering nú maatregelen te nemen, maken we onze steden en dorpen mooier en voorkomen we in de toekomst grote schade. En vooruitkijken maakt het blikveld groter. Het leidt ertoe dat ook thema’s als duurzame ontwikkeling mee gaan spelen. Betrokken partijen wegen belangen niet meer sectoraal af, maar juist integraal. Alle betrokken overheden en marktpartijen zijn hier samen verantwoordelijk voor en spelen daarbij dus een belangrijke rol. Deze integrale benadering begint bij het gezamenlijke ontwerp: hoe kunnen verschillende ruimtelijke opgaven en doelstellingen gecombineerd worden in één oplossingsrichting?

Jan Roozenbeek adviseur ruimtelijke kwaliteit provincie Overijssel
Bij de beoordeling van de ingediende plannen zal ik als adviseur ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder op drie dingen letten:

1.      Wat draagt het ontwerp voor de locatie bij aan  de plek, als entree van Deventer, hoe wordt de plek beleefd.
2.      Is het een integraal plan, komen alle functies die het gebied zijn toebedacht goed tot hun recht.
3.      Is het een duurzaam plan, wat doet het op het gebied van klimaatadaptatie, energiehuishouding, biodiversiteit en is het flexibel genoeg toekomstige veranderingen aan te kunnen.

Kortom, hoe is omgegaan met de belevingswaarde, de gebruikswaarde en de toekomstwaarde van de plek.

Eddy Oosterik Specialist Risicobeheersing Veiligheidsregio IJsselland
Vanuit mijn VR-achtergrond kijk ik met name naar:

1.      Welke risicolocaties er aanwezig zijn of worden toegestaan.

2.      Welke scenario’s er zich kunnen voordoen en of hier rekening mee is gehouden bij het ontwerp (toxisch, brand, warmtebelasting,  overstromingen).
a.      Of er naast het plaatsgebonden risico (PR) en het invloedsgebied (GR) ook rekening wordt gehouden met de effectgebieden.

3.      De ontsluiting van het gebied:
a.      Vluchtmogelijkheden, vluchtwegen.
b.      Tweezijdige bereikbaarheid voor de hulpdiensten (opstelplaatsen).

4.      De indeling van het gebied:
a.      Aanwezigheid van (verminderd) zelfredzame mensen.
b.      Scheiding (grote groepen) aanwezigen en risicolocaties

5.      De aanwezigheid van bluswater (voorzieningen).

6.      Handelingsperspectieven die de aanwezigen worden geboden bij een eventueel incident.
a.      Mogelijkheden van zelfredzaamheid.
b.      Is er aandacht voor risicocommunicatie.
c.      Hoe aanwezigen worden gealarmeerd.

7.      Of alle partners vroegtijdig bij het project worden betrokken.

8.      Of er geïnventariseerd is wat er bestemmingsplan technisch mogelijk is (incl. geprojecteerde objecten).

9.      Of er geïnventariseerd is wat vergund is in de bestaande omgevingsvergunningen.

10.   Meekoppel kansen tussen maatregelen en bijv. toeristisch gebruik (fietspad/weg) over de dijk waarover ook kan worden gevlucht.
a.      Soms is het maatschappelijk wenselijk iets extra’s te doen, bijvoorbeeld omdat de totale maatschappelijke kosten lager worden wanneer de maatregelen voor waterveiligheid tegelijk worden uitgevoerd met maatregelen voor natuur of bereikbaarheid. Dan spreken we van meekoppelen.

11.   Inpasbaarheid in het landschap.

René Huls – Projectmanager gemeente Deventer 

Voor mij staat voorop dat een gebied in brede zin bijdraagt aan maatschappelijke betekenis. Dit betekent efficiënt omgaan met ruimte en met respect voor de omgeving. Ontwikkelingen moeten in positieve zin bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving en niet juist een grotere belasting vormen. Beter is meer (in plaats van meer is beter). Probeer het unieke van de plek te benutten en te versterken.

Daarbij zal ik letten op:
Draagt het voorstel positief bij aan de kwaliteit van de omgeving, in beeld, in gebruik, qua veiligheid. Er kan kwaliteit worden toegevoegd, bijvoorbeeld in beeld doordat het ontwerp bijzonder is en een uniek karakter en beeld heeft. Dat vind ik belangrijk.

Worden er slimme combinaties gemaakt en bijvoorbeeld functies gecombineerd, zodat er als geheel minder ruimtebeslag nodig is. Is er sprake van samenhang en integraliteit, bijvoorbeeld binnen de voorgestelde ontwikkeling . Maar ook is het goed verankerd en verbonden met zijn omgeving.

Draagt het voorstel bij aan het algehele welbevinden van passanten en bezoekers. Voelen mensen zich prettig in deze omgeving, veilig. Ook ’s avonds. Ontstaat er een gebied waar het, vanuit deze aspecten, fijn toeven is.

Is het voorstel flexibel en aanpasbaar, zodat het ook op langere termijn bruikbaar is of doordat transformaties of aanvullingen gemakkelijk gemaakt kunnen worden. Dus ook op langere termijn zal een ontwerpvoorstel bruikbaar moeten blijven.

Bas Goosens Conceptontwikkelaar bij Explorius

Delen

Email this to someoneShare on FacebookShare on LinkedInTweet about this on Twitter

Gerelateerd