Blog 8.10.2018

Een blik op BP

Veiligheid gekoppeld aan landschappelijke en organisatorische kwaliteit

Het kantoor van de BP-raffinaderij in Rotterdam Europoort laat zien dat een uitermate veilig gebouw ook op andere terreinen veel kwaliteit kan bieden: het vormt een naadloze overgang tussen het raffinagegebied en fraaie natuur, biedt bovengemiddeld werkcomfort én zorgt dat BP aanzienlijk makkelijker nieuwe medewerkers vindt.

De bouw van het kantoor had een trieste aanleiding. Bij een ontploffing op een BP-raffinaderij in Texas kwamen 15 mensen om het leven en raakten er 170 gewond. Het was voor BP aanleiding de veiligheidseisen voor haar raffinaderijen te verhogen. Dat had ook gevolgen voor de BP-plant in Europoort, waar de medewerkers verspreid over de raffinaderij gehuisvest waren. Daar moest een eind aan komen. Om in het ‘vrije veld’ veilig te zijn, zouden de medewerkers al snel 1,5 kilometer van de plant hun kantoor moeten krijgen. Dat was voor de bedrijfsvoering niet acceptabel. Er werd een alternatieve oplossing gevonden: een modern kantoor naast de raffinaderij, beschermd door een aangelegde duin.

Risicocontouren

Het kantoor ligt direct aan de N15, de hoofdader van het havengebied en aan het Hartelkanaal. Aan de overkant ligt het ‘oude land’ van Voorne-Putten. Havenbedrijf Rotterdam vroeg in 2007 MTD landschapsarchitecten om een stedenbouwkundig raamwerk te maken. Daarbij waren de risicocontour van de BP-raffinaderij, een hoogspanningstracé en een leidingenstrook de kaders. Bovendien moest er een hoge landschappelijke kwaliteit worden bereikt als beeldmerk voor de commerciële invulling van het gebied. Het resultaat is dat het BP-kantoor in een gigantisch duinlichaam is opgenomen. Het is bekleed met duinvegetatie zoals helmgras en duindoorn, passend bij het van nature aanwezige duinlandschap.

Group A architecten ontwierp het gebouw. Projectarchitect Folkert van Hagen herinnert zich dat het BP hoofdkantoor in London het proces nauwgezet volgde: “Wij vroegen ruimte om te kijken of we binnen de risicocontour van de raffinaderij een veilig kantoor konden bouwen en BP wilde onderbouwing dat onze oplossing veilig was. BP maakte duidelijk dat het gebouw bestand moest zijn tegen ontploffingen. Daarbij gaat het om krachten die in staat zijn een auto over het gebouw te laten vliegen. Het duin kan de eerste drukgolf tegenhouden, maar is niet voldoende als veiligheidsoplossing. Want de golf gedraagt zich als water: een milliseconde later keert de golf zich en raakt de voorkant van het gebouw. Je kunt aan de voorkant een bunkerachtige oplossing maken, maar we wilden een gebouw waar medewerkers prettig werken. Ook dat bevordert de veiligheid.”

Handdoekje

“We hebben daarom gekozen voor een halfgebogen gevel met zicht op het Hartelkanaal en het achterliggende natuurgebied. We begonnen met een ontwerp waarbij we van sterkte uitgingen: de hele gevel werd dan een staalkolos met dik glas. Toen we verder onderzochten bleek een buigslappe oplossing beter: je maakt star beton voor de rondingen en hangt daar de glazen gevel als een slap handdoekje tegenaan. Het glas lijm je vast aan de sponningen. Bij een explosie kan de gevel zo’n 20 centimeter naar voren en achteren bewegen en zo de energie uit de drukgolf halen. Het glas zit tussen folie, dus als de plaat breekt, springen er geen scherven weg.”

BP London wilde zekerheid dat de voorgestelde constructie werkte. Daarom werd er een praktijktest in Schotland gedaan: “We hebben een gevelfragment van twee verdiepingen gemaakt, dat op vergelijkbare manier is opgebouwd als in de uiteindelijke constructie. Achter de gevel plaatsten we een stalen box die we met piepschuim bekleedden. De constructie bleef ondanks de enorme drukgolf intact. We hebben naderhand het piepschuim nauwgezet bekeken om vast te stellen of er splinters in zaten en op welke hoogte: op beenhoogte is het niet zo’n punt, maar erboven wel. Met de test hebben we kunnen aantonen dat de gevel bestand is tegen een explosiekracht van 25 kg TNT: een flinke bom.”

Schuifdak

Het gebouw zelf bestaat uit twee ringen. Ze zijn overkapt met een glazen dakconstructie. Daardoor komt er in het kantoor verrassend veel daglicht binnen. Het dak is zo uitgevoerd dat het aan een kant los ligt. Bij een explosie kunnen de schillen daardoor schuiven. De 16 meter hoge zijwand van het atrium is bekleed met houtwerk, dat verwijst naar de aardlagen waar BP zijn olie wint. Van Hagen noemt het een canyon die in het duin is gesneden. En inderdaad, de kleuren doen daar aan denken. In het duin bevindt zich een doorgang naar de raffinaderij.

Een goede schil om het gebouw is één ding, kunnen overleven nadat zich een explosie heeft voorgedaan is een tweede. Bij een noodsituatie sluit alle luchtbehandeling om toxische gassen buiten te houden. Dat is nodig, want na een explosie is de locatie in eerste instantie op zichzelf aangewezen. Daarom kan een van de vergaderruimten direct als commandocentrum worden ingericht en beschikt het pand over een operatiekamer voor de eerste spoedeisende functies. Bij calamiteiten kan het los van de rest van het gebouw functioneren.

Doorsteek naar de raffinaderij

“Het gebouw op zichzelf is vrij simpel”, zegt Van Hagen. “Je komt tussen de twee gebouwdelen binnen. De twee zijden zijn met bruggen verbonden. Op de begane grond vind je ruimten om te ontmoeten, met grote auditoria en spreekkamers. Aan de achterkant zijn kleedruimten met lockers, kleedkamers een fitnessruimte met een servicezone voor onder andere gezondheidszorg en repro.” In de oude situatie waren alle afdelingen versnipperd over de plant gehuisvest. Hier zijn ze bij elkaar en GROUP A heeft dat tastbaar gemaakt door te zorgen dat iedereen elkaar ziet. “Vergaderkamers hangen als skyboxen aan de ruimte. Je krijgt interesse in wat een ander doet. Het blijkt in de praktijk te werken: mensen schakelen sneller met elkaar. En ook bijzonder: BP blijkt veel makkelijker werknemers te krijgen. Het is de laatste raffinaderij gerekend vanaf Rotterdam, dus de neiging was altijd om het eerst bij andere bedrijven te proberen. Het nieuwe kantoor heeft daar verandering in gebracht.”

Opvallend in het traject was dat veiligheidseisen van BP verder gingen dan die van de overheid. Van Hagen: “Daarbij bleek dat de gemeentelijke brandweer en de bouwinspectie er soms moeilijk mee uit de voeten konden dat BP eisen op een minstens gelijkwaardige, maar andere manier invulde dan de overheid. We hebben daar een aantal gesprekken over moeten voeren. Ik heb ervan geleerd dat je heel goed met twee personen kunt overleggen als je het eens bent, maar niet als er een conflict is. Dan moet er een derde persoon zijn om het onderwerp centraal te laten staan. Het project bij BP illustreert heel goed dat we als architect in de loop der jaren een andere rol hebben gekregen. We zijn niet meer de mensen die ‘gewoon’ een nieuw gebouw neerzetten. Tegenwoordig zitten we in projecten met een groot aantal specialisten uit diverse disciplines rond de tafel. Die vinden het soms moeilijk om los te komen van hun eigen vakgebied en echt geïnteresseerd te zijn in de belangen van anderen. Interesse helpt: laat bijvoorbeeld de installateur goed uitleggen hoe zijn installatie op hoofdlijnen in elkaar zit.”

Van Hagen merkte dat in het hele bouwproces veiligheid op de eerste plaats stond: “We vergaderden met een breed team van betrokken mensen. Ieder bracht vanuit zijn of haar discipline kennis in over wat een veilig gebouw is. Dat leverde veel boeiende discussies op. Bijvoorbeeld toen we naar Edinburgh gingen, waar BP net een kantoor had geopend. Er hingen opvallend veel bordjes met waarschuwingen. Bijvoorbeeld dat er warm water uit de kraan kon komen. We hebben gediscussieerd of dergelijke bordjes echt voor veiligheid zorgen, of dat je vooral ook een beroep moet doen op wat mensen weten. Namelijk dat rood op een kraan ‘warm’ betekent. Mijn visie is dat je niet het hele kantoor moet ‘vervuilen’ met aanwijzingen, maar die alleen moet plaatsen in situaties die echt om extra voorzichtigheid vragen. We hebben ook gediscussieerd over het moment waarop je over veiligheidszaken spreekt. Er waren bijeenkomsten waarbij we een hele werkdag spraken over risico’s, ook die pas over een jaar actueel zijn. Het risico is dat je dan wat minder scherp wordt.”

Chemie!

“De eis bij de uitvoering van de bouw was dat er geen ongelukken zouden zijn waarvoor meer dan EHBO-hulp nodig was. Elke 25.000 manuren werk zonder incidenten hebben we gevierd met ‘Chinees’ op de bouwplaats. Daarbij was iedereen die bij het project betrokken was: schilder, elektricien, bedrijfsbrandweerman, architect en directie aanwezig. Na de afronding van het project hebben we het boek ‘chemie’ gemaakt, waarin alle partijen die aan het project hebben meegewerkt aan het woord kwamen. Toen het na een half jaar klaar was, hebben we het feestelijk uitgereikt tijdens een bijeenkomst in ons architectenbureau in Rotterdam. De meesten hadden dat nog nooit meegemaakt.”

 

Fotografie: Roos Aldershoff en Daria Scagliola.

Gerelateerd