Blog 6.08.2020

Zorgen voor een veilige en gezonde leefomgeving is geen one-man job

‘Multidisciplinair werken komt vaak niet van de grond. We blijven veel liever bij onze eigen vakgebied, want dat is wat we kennen en waar we op vertrouwen’

Zorgen voor een veilige en gezonde leefomgeving is geen one-man job. Daarvoor is samenwerking nodig tussen verschillende partners die kunnen voorzien in kennis en kunde. Op één lijn zitten is hierbij belangrijk, maar er moet ook ruimte zijn voor afwijkende opvattingen. Dit houdt mensen scherp en voorkomt tunnelvisie.

Sinds 2013 voeren we in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het programma Ontwerp Veilige Omgeving uit. Één van de doelen die we hiermee willen bereiken is het verbeteren van de samenwerking tussen partijen die allemaal een rol (kunnen) spelen op het gebied van veilig ontwerpen. Na zeven jaar hebben we veel ervaringen op gedaan en nu is het tijd om dit in een boek te vatten! Wat we hierin onder andere willen belichten is hoe vanuit verschillende disciplines naar een veilige fysieke leefomgeving wordt gekeken. Wat wordt hieronder verstaan, hoe relevant is het, wie is hier verantwoordelijk voor, hoe kan dit worden gerealiseerd en wat is het toekomstperspectief?

We hebben al met een groot aantal partijen hierover gepraat. In het boek zullen we uitgebreid bij deze gesprekken stilstaan, maar hieronder staan al wat interessante uitspraken:

‘De ruimtelijke ontwerper kan vergeleken worden met de huisarts; hij hoeft zelf niet alle specialistische kennis te bezitten, maar moet wel weten wanneer welke specialisten betrokken moeten worden’

‘Crtl+C en Crtl+V van beleid werkt niet, want elk dorp en elke stad heeft een andere dynamiek’

‘Er is een paradigmaverschuiving nodig; niet alles maar hiërarchisch aanvliegen, maar oog voor het lokale’

‘Nederland is verslaafd aan het idee dat we veiligheid kunnen beheersen, terwijl we maar een beperkte invloed hebben’

‘Externe veiligheid wordt nu vaak gezien als randvoorwaarde, maar niet als ontwerpopgave. Er wordt niet verder gekeken dan de wet- en regelgeving’

‘Er ontbreken op dit moment nog veel ontwerpnormen op het gebied van de energietransitie. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de buurtbatterij’

‘De gemeente (overheid) is primair verantwoordelijk voor de veilige fysieke leefomgeving en moet dan ook zorgen voor kaders’

‘Hopelijk beseft men met de komst van de Omgevingswet weer dat veiligheid niet zo vanzelfsprekend is en benutten ze de ruimte die deze wet biedt’

‘Veiligheid is nog maar moeilijk op de politieke agenda te krijgen. Als hier geen verandering in komt, dan raken we hetgeen kwijt wat we sinds WOII hebben opgebouwd’

‘We zullen nooit leven zonder risico’s, dus moeten we een manier vinden waarmee we risico’s kunnen accepteren’

‘Binnen een veilige fysieke leefomgeving gaat het vooral om de subjectieve veiligheid, dat bewoners zich veilig voelen’

‘Bewoners moeten een grotere rol krijgen bij de inrichting van hun leefomgeving’

‘Bewoners hebben vaak geen beeld bij externe veiligheid. Ze houden zich daar ook niet mee bezig omdat ze erop vertrouwen dat de overheid het wel regelt’

 

Gerelateerd